Na enkele uitzonderlijk natte jaren met veel wateroverlast beleeft Nederland nu weer een extreem droge periode, met een neerslagtekort vergelijkbaar met dat in recordjaar 1976. Wat heeft dat voor gevolgen voor ons gebied en hoe spelen waterbeheerders PWN en HHNK hierop in?
In 2024 draaiden de gemalen van HHNK op volle toeren om het overtollige hemelwater af te voeren. Ondertussen had ook PWN zijn handen vol aan de combinatie van aanhoudende neerslag en hoge grondwaterstanden in de duinen. Een jaar later is dit beeld totaal omgeslagen: 2025 behoort tot de 5% droogste jaren ooit gemeten. Ook dit stelt de waterbeheerders voor uitdagingen. Want droogte beïnvloedt de beschikbaarheid van zoetwater, zeker van voldoende kwaliteit. Voor drinkwater, maar ook voor bijvoorbeeld de landbouw, of om tegendruk te geven aan kwel. Als de droogte lang aanhoudt, verhoogt dit bovendien het risico op scheuren in de dijken. “Onze peilbeheerders zijn druk bezig de directe gevolgen tegen te gaan”, zegt programmamanager zoetwaterbeschikbaarheid Cecilia van Dalen van HHNK. “Maar we kijken vooral ook naar de lange termijn. Volgens de KNMI-scenario’s voor het Deltaprogramma neemt de kans op watertekorten richting 2050 toe van een keer in de twintig naar een keer in de vijf jaar. Een grote verandering waar we echt op moeten anticiperen.”
Nat en droog: twee kanten van de medaille
Een belangrijke sleutel ligt bij het vasthouden van water in het gebied wanneer er juist meer neerslag valt, zodat het in droge periodes kan worden ingezet. Christiaan Leerlooijer, ecohydroloog bij PWN: “Jaarrond is er voldoende water, maar het valt vooral in de herfst en de winter terwijl je in de lente en de droge zomer meer nodig hebt. In onze benadering staan de natte en droge periodes dan ook niet los van elkaar; het zijn twee kanten van één medaille. We zouden meer water moeten vasthouden waar dat kan. Er komen steeds meer droge periodes aan en dan hebben we dat water weer hard nodig. Dit geldt ook voor de duinen, maar gelukkig kan de natuur in het duingebied tegen een stootje.”
Draaien aan de bufferschijf
De grootste mogelijkheden voor het bufferen van zoetwater zien zowel PWN als HHNK in het IJsselmeer, voor beide partijen de belangrijkste zoetwaterbron. Cecilia: “Als wij al onze bergingen vol water zetten, levert ons dat hoogzomer 0,1 tot 1,4 dagen overbruggingstijd op, tegenover 1,5 à 3 weken voor elke 10 cm dat het IJsselmeer hoger staat. Dat zegt wel iets over de ordegrootte. Door een flexibel zomerpeil – dat beheerd wordt door Rijkwaterstaat - hebben we hier een bufferschijf van zo’n 20 centimeter. Let wel: voor heel Noord-Nederland, dus niet alleen voor ons gebied. Die schijf is nu ongeveer 400 miljoen kuub water, maar de prognose is dat de regionale watervraag naar een miljard kuub gaat. Meer dan twee keer zoveel. Rijkswaterstaat kan die buffer verder uitbreiden, maar dat vergt een zorgvuldige afweging, want er spelen veel meer belangen rondom het IJsselmeer. Denk aan scheepvaart, recreatie, buitendijks wonen en natuur. Bovendien: het gaat ook over waterveiligheid en wateroverlast. Je wil niet je buffer verhogen en vervolgens bij extreme bui – die ook in juni kan vallen – alsnog in de problemen komen. Maar er wordt wel naar gekeken, onder andere vanuit het Deltaprogramma IJsselmeergebied, waar wij ook bij betrokken zijn.”
Kwantiteit én kwaliteit
Ondertussen treft PWN voorbereidingen voor de aanleg van de ‘klimaatbuffer IJsselmeer’. Christiaan: “Het idee is dat we een natuurgebied van 150 hectare creëren om water voor te zuiveren voordat het de productielocatie bij Andijk ingaat. Dit doen we om minder chemicaliën en energie te hoeven gebruiken in het zuiveringsproces erachter. Maar óók om onze buffer te vergroten als we bijvoorbeeld vanwege een te hoog zoutgehalte of blauwalgen tijdelijk geen water uit het IJsselmeer inlaten. Met onze huidige waterbekkens kunnen we dan 4 tot 10 dagen overbruggen; met de klimaatbuffer rekken we dat op naar 2 maanden. Zo wordt onze productie dus minder kwetsbaar voor schommelingen in de kwaliteit van het IJsselmeerwater.” Cecilia voegt daaraan toe: “Als PWN in piekperiodes uit de klimaatbuffer put, is er meer beschikbaar voor andere watervragers in het IJsselmeer.”
Zuinig omgaan met water
Het bijsturen van het IJsselmeerpeil als de klimaatbuffer zijn niet dé oplossing, maar deze maatregelen kunnen wel bijdragen aan het veiligstellen van de zoetwaterbeschikbaarheid voor de toekomst. Cecilia: “Dat is een maatschappelijke opgave die vraagt om een integrale aanpak, in samenspraak én samenwerking met alle betrokken partijen. Van gemeenten en provincie tot de agrarische sector, waterschappen, drinkwaterbedrijven, maar ook bedrijven en bewoners kunnen bijdragen. Want willen we dat er voldoende zoetwater beschikbaar blijft, dan moeten we beginnen bij de basis. En dat is gewoon zuinig omgaan met deze schaarse en kwetsbare bron.”
Meer artikelen lezen? Klik dan verder door middel van de onderstaande pijltjes.
Elkaar informeren en inspireren rondom klimaatadaptatie en de waterketen. Haak jij ook aan?
samenblauwgroen.nl
Via de onderstaande button is het mogelijk om je aan te melden voor het e-magazine.
Samenwerking Klimaatadaptatie Noorderkwartier & Samenwerking Waterketen Noorderkwartier stellen samen als doel: het verbinden van partijen die werken aan opgaven voor ruimtelijke adaptatie en de waterketen.
Heb jij zelf interessante informatie die je met het netwerk wil delen? Neem dan contact op met: info@samenblauwgroen.nl