Weersextremen: wen er maar aan

Van 18 tot 20 juni 2021 viel in een groot gedeelte van ons gebied, van Heemskerk tot Schagen, extreme neerslag. Terwijl het de 18e rond het middaguur nog kurkdroog was. In gesprek met meteorologe Helga van Leur over de dynamiek van weersextremen. En met Linda van Oostrum van HHNK over Crisisbeheersing in de genen (CING).

Weersextremen:
wen er maar aan

Van 18 tot 20 juni 2021 viel in een groot gedeelte van ons gebied, van Heemskerk tot Schagen, extreme neerslag. Terwijl het de 18e rond het middaguur nog kurkdroog was. In gesprek met meteorologe Helga van Leur over de dynamiek van weersextremen. En met Linda van Oostrum van HHNK over Crisisbeheersing in de genen (CING).

Hoe kan het dat het weer op één dag van het ene uiterste in het andere omslaat?
“Daar is niks raadselachtigs aan, het heeft te maken met de dynamiek in de atmosfeer. Lucht is voortdurend in beweging, 3-dimensionaal. De grond warmt op door de kracht van de zon en die grond verwarmt de lucht daarboven. Die lucht stijgt op en blijft stijgen zolang de omgeving koeler is. Hoe groter het temperatuurverschil, hoe sneller de stijging en hoe heftiger de bui zich kan ontwikkelen. En juist in de zomer kan het voorkomen dat die bovenlucht heel koud is en dat het onderin warm is, maar vooral ook vochtig. Dat is brandstof voor buien. Daarnaast bepaalt de wind op enige hoogte hoe snel de buien verplaatsen. Je kunt de pech hebben de jackpot te krijgen, maar ook het geluk dat alles net langstrekt ”

Die extreme neerslag zoals in juni 2021, is dat nou een typisch gevalletje klimaatverandering?
“Ja en nee. Je hebt altijd wel pittige buien in de zomer. Als je dan ook nog weinig stroming in de atmosfeer hebt, blijft een bui lang op dezelfde plek hangen. Dan heb je soms wateroverlast op één plek terwijl er tien kilometer verderop niets aan de hand is. Je kunt de pech hebben dat je een paar dagen achter elkaar in een uitgestrekt gebied veel regen hebt. Met klimaatverandering zie je dat de heftige regen frequenter voorkomt en intenser wordt.  Als de atmosfeer warmer wordt, kan hij ook meer vocht bevatten. Die twee ingrediënten zorgen dat buien makkelijker ontstaan en intenser worden. Verspreid over het jaar valt er meer regen; in de zomer valt meer regen in een kortere periode.”

Wat kunnen we nog meer verwachten de komende jaren?
“Dat vind je onder andere terug in het Klimaatsignaal’21 van het KNMI en in publicaties van het IPCC: het klimaat warmt nog sneller op dan we dachten. Onze voorspellingen van extremen van 5 jaar terug zijn nu al achterhaald; toen hielden we geen rekening met recordtemperaturen in Nederland van 40,7ºC. Volgens de huidige modellen stevenen we met alle maatregelen die internationaal zijn afgesproken, nog altijd af op een temperatuurstijging van 3 graden. Bedenk daarbij dat dit een wereldwijd gemiddelde is. In Nederland kunnen we zomaar op 5 à 6 graden uitkomen. Waarbij we ook te maken hebben met langere periodes van droogte én een stijgende zeespiegel. Wat we nu extreem vinden, wordt steeds normaler.”

Hoeveel erger is 3 graden temperatuurstijging dan 1,5 tot 2?
“Klimaatverandering houdt niet op bij de atmosfeer. Hele ecosystemen veranderen. De oceanen, 70 procent van het aardoppervlak, absorberen veel warmte en nemen daarbij CO2 op. Daardoor worden ze zuurder en dat maakt dat kalkdeeltjes aan het begin van de voedselketen oplossen. Dat geeft een domino-effect waardoor soorten verdwijnen. Het oceaanleven verandert. Ondertussen zie je vissen die een bepaalde temperatuur gewend zijn, verkassen. Op het land zie je die beweging net zo goed. Ecosystemen schuiven op en lopen soms niet meer synchroon. Rendieren in Lapland kunnen bijvoorbeeld hun voedsel niet meer onder de sneeuw vandaan graven omdat door smeltperiodes ijslagen zijn ontstaan. Op veel fronten raakt het evenwicht zoek.”

Kunnen we dat nog terugdraaien?
“In theorie is veel omkeerbaar, mits we snel handelen. Als we vandaag stoppen met de uitstoot van alle extra broeikasgassen, dan duurt het nog 20-30 jaar voordat de temperatuurstijging afremt, en 40-50 jaar voordat deze weer daalt. We moeten dus ook onze omgeving aanpassen om kwetsbaarheden te verkleinen – dijken verhogen, het landschap zo inrichten dat regenwater weg kan en het in de binnenstad niet te heet wordt. En we zullen ook moeten accepteren dat er af en toe water in de straat staat.”

Hoe belangrijk zijn gemeenten en waterschappen bij het terugdringen van (de gevolgen van) klimaatverandering?
“Iedereen moet bijdragen om weer een beetje controle te krijgen. Het is onzin dat een individu geen invloed heeft. Ken je Greta Thunberg al? Heb je weleens geprobeerd te slapen in een kamer met één mug? Nou dan! Alleen kun je misschien de wereld niet veranderen, maar wel bijdragen. Overheden zoals gemeenten en waterschappen verwachten dat ook van hun inwoners – en als publieke organen kunnen ze zelf het goede voorbeeld geven. Ook als opdrachtgever van projecten in de openbare ruimte. Ga niet voor het goedkoopste van het goedkoopste, maar daag partijen uit tot innovatieve oplossingen met het oog op de lange termijn en investeer daarin. Daag elkaar uit hoe het nog veel beter kan op alle fronten. En wacht niet; hoe langer je wacht, hoe moeilijker en kostbaarder het wordt om nog effectief in te grijpen.”

Programma Crisisbeheersing in de genen: meer handen aan het waterbed

De buien van juni 2021 brachten veel overlast. Straten stonden blank, riolen stroomden over, landbouwpercelen liepen onder en lokaal stroomde er water de woningen binnen. Aanleiding voor een uitgebreide evaluatie, die uitmondde in het verbeterprogramma Crisisbeheersing in de genen (CING).

Wat de buien in juni 2021 zo uitzonderlijk maakte, was de omvang van het gebied waarin ze vielen: zo’n 400 km2. En waar het watersysteem is toegerust op de verwerking van 15 mm neerslag per dag, viel er nu 130 mm in één weekend. Het was letterlijk dweilen met de kraan open. “We weten dat extreme weersomstandigheden door klimaatverandering vaker voorkomen”, zegt Linda van Oostrum, programmamanager van CING. “Gelukkig is ook ons bestuur zich er ten volle van bewust dat we ons hierop moeten voorbereiden. Plassen op het land kunnen we niet voorkomen, maar we hebben wel invloedt op hoe we hier samen mee omgaan. Ik heb het programma dan ook CING genoemd omdat het belangrijk is dat iedereen crisisbeheersing in de genen heeft – niet alleen de gebiedsbeheersers en de crisisorganisatie maar ook anderen binnen en buiten onze organisatie. Zodat we als het erop aankomt, allemaal weten wat ons te doen staat.”

Van buiten naar binnen
CING concentreert zich op de crisisbeheerorganisatie, het watersysteem en de informatievoorziening rondom een crisissituatie. “Uit de evaluatie kwam naar voren dat we vooral op die drie punten moeten versterken”, vertelt Linda. “Daarbij werken we ‘van buiten naar binnen. We halen dus expertise op bij medewerkers buiten, zoals gebiedsbeheerders en de buitendienst. Denk aan handigheidjes die niet op papier staan, bijvoorbeeld dat je bepaalde inlaten kunt optillen en omdraaien zodat er juist water uit wegloopt. Dat soort informatie zetten we om naar instructies waarmee iederéén overweg kan, zodat in een crisissituatie niet alles op hén aankomt. Maar met ‘buiten’ bedoel ik ook buiten onze organisatie: de mensen die het gebied bewonen, agrariërs, de veiligheidsregio, politie, de brandweer. Ook hun input gebruiken we om de crisisaanpak te verbeteren en alle taken en rollen op elkaar af te stemmen.”

Afstemmen in rust
Een mooi voorbeeld van hoe dit in de praktijk werkt, zijn de twee bijeenkomsten die HHNK eind mei samen met LTO en de KAVB organiseerde. “We hebben agrariërs uit de omgeving gevraagd om ideeën en suggesties in te brengen. En mee te denken: wat zijn de beste plekken om noodmaterieel op te stellen en hoe kunnen we het gebied zo bemalen dat we het overtollige water zo goed mogelijk verdelen? Wie heeft wat aan noodmaterieel? Hoeveel kunnen we opschalen? Nu er niets aan de hand is, kun je dat in alle rust afstemmen; niet pas op het moment dat agrariërs hun bollen zien verdrinken waar ze het hele jaar van moeten leven. Het is dus zaak om juist nu te zorgen dat we vertrouwen winnen in elkaar, dat we zo veel mogelijk handen aan het waterbed hebben en weten dat we er samen voor staan. Je ziet op zo’n avond ook dat iedereen wíl; daar word ik heel blij van.”

Krachtig programma
CING is klein begonnen, in de omgeving Zijpe, en breidt na de zomer uit naar het gebied rondom het Egmondermeer. Linda: “We willen komen tot een standaard werkwijze die we – met variabelen – in elke regio kunnen toepassen. Het eerste jaar zijn we vooral aan het inventariseren. De twee jaar daarna werken we de crisisaanpak uit. Voor wateroverlast, maar ook voor andere crisissituaties, zoals droogte, overstroming en verzilting. Om zo te komen tot een regionaal crisisbeheersingsplan, dat we in het vierde en vijfde jaar uitrollen. Intussen hebben we al maatregelen genomen om te zorgen dat HHNK in crisissituaties beter bereikbaar is. Zoals een noodnummer van waaruit we centraal hulp kunnen opschalen en coördineren. We zijn bezig met een soort olievlekmodel, waarbij we per deelgebied een paar contactpersonen hebben die elk weer anderen inschakelen. Zo hebben gebiedsbeheerders hun handen vrij. En uit de hele organisatie, van Waterveiligheid & Wegen tot Watersystemen, zijn collega’s betrokken. We komen dus alles tegen en pakken vanuit het hart van de organisatie onderwerpen op. Ook dat maakt het programma krachtig.”

Meer artikelen lezen? Klik dan verder door middel van de onderstaande pijltjes.

Samen Blauwgroen

Elkaar informeren en inspireren rondom klimaatadaptatie en de waterketen. Haak jij ook aan?
samenblauwgroen.nl

Aan- of afmelden

Via de onderstaande button is het mogelijk om je aan of af te melden voor het e-magazine.

Over ons

Samenwerking Klimaatadaptatie Noorderkwartier & Samenwerking Waterketen Noorderkwartier stellen samen als doel: het verbinden van partijen die werken aan opgaven voor ruimtelijke adaptatie en de waterketen. 

Heb jij zelf iinteressante informatie die je met het netwerk wil delen? Neem dan contact op met: info@samenblauwgroen.nl